Zo blij met buiten

Zeg ‘buiten’. Of ‘tuin’. En de gezichten van Elly, Gerard, Arda, Anita en Jan klaren op. Beide woorden brengen een reactie teweeg. Je ziet een lach, blijdschap, herkenning.

Ze mogen dan (jong)dement zijn, ‘buiten’ en ‘tuin’ roepen wel tal van associaties op. Bij Arda is dat voetballen. Bij Jan is dat de zon. Gerard ontsnapt er aan zijn medebewoners. Elly denkt meteen aan konijntjes. En Anita, net nieuw, heeft gefietst op de duofiets. Dat maakte haar even blij.


Een uitgebreid praatje pot over de nieuwe, grote tuin, over die wereld aan pas verworven vrijheden, over inrichtingswensen, dat is helaas niet meer mogelijk met deze bewoners van Heerma State. Maar Gerard telt zijn zegeningen. “Het voordeel is”, vertelt hij vlot, “dat ik naar buiten kan.” En wat betekent dat dan? “Gewoon. Vrijheid.”


Gerard legt graag een keutje in de brasserie, maar hij was én is bovenal een echt natuurmens. Vaak is hij al voor dag en dauw in de buitenlucht te vinden. Met en zonder begeleiding. “Ja, als ik de kans krijg, ben ik weg. Wegwezen, als ze weer beginnen te kwallen. Als je net lekker bezig bent, beginnen ze te pesten.” Gerard doelt op zijn huisgenoten. Leve de tuin dus. Hij helpt bij klusjes in de moestuin en het verpotten van plantjes. Wat zou hij van een volière vinden? Big smile en een duim in de lucht: “Ik heb altijd vogeltjes gehad.”


Jan zegt niet zoveel. Hij is wat ongedurig en loopt graag. Hij is heel vaak in de tuin te vinden. “Maar ik doe er niks, hoor.” Activiteitenbegeleider Maai Potters weet hoe hij van een wandeling buiten geniet. “Ik probeer van de vier dagen dat ik hier werk, er drie naar buiten te gaan met bewoners. Ze vinden het fijn. Elke keer dat Jan de eerste stap over de drempel zet, slaakt hij een zucht van genoegen. Die komt uit zijn tenen.”


Arda geniet nog na als ze denkt aan het laatste potje voetbal met een collega van Maai op het grasveld. Ze kan daar haar energie in kwijt. Anita kijkt de kat nog even uit de boom. “De tuin is wel heel groot. Da’s mooi.” Elly met de geweldige knot - ‘die heb ik al heel mijn leven’ - is daarentegen zeer spraakzaam. Als Maai zegt dat ze echt in haar rolstoel zit te genieten als ze in de tuin is, lacht ze uitbundig. “Wie? Joh, doe ik dat? Ja, buiten zijn is heerlijk. Maar geen lieve vogeltjes in een volière, hoor. Dat vind ik zielig.”


Activiteitenbegeleider Maai haalt voor het bloemschikuurtje met bewoners graag bloemen uit de tuin. Ze denkt vaak na over de verdere aankleding. “Weet je wat ik persoonlijk zo mooi zou vinden? Klankschalen met houten klepels. Als het waait, geven ze uit zichzelf een zacht getingel. Maar de mensen kunnen met de klepel ook zelf geluiden maken. Ik heb dat in Limburg bij een instelling gezien. Ik vond het prachtig. Je hebt een activiteit en tegelijk ook muziek.”


En had ze het helemaal zelf voor het zeggen, dan komt er ook een picknickhoek. “Samen met de bewoners, een kan koffie en de koektrommel naar buiten. Want buiten zijn, vinden de meesten geweldig.”


Barstje in de cocon

Bovenstaand is één van de ontroerende verhalen uit de bundel 'Barstje in de cocon' van Heerma State. In deze bundel kunt u lezen, welke elementen de tuin tot het ideale domein van de bewoners en hun familie kunnen maken. Daar is heel veel geld voor nodig. Deze fraaie publicatie wil u confronteren met de vreugdes, de MENSlievende zorg en ook de specifieke noden in een zorgcentrum als Heerma State. Dementie is geen sexy onderwerp. En dus in de praktijk nooit een ‘goed doel’ op zichzelf. Maar wij hopen van ganser harte dat deze bundel een zetje in de goede richting geeft.